Naar aanleiding van pensioenakkoord 2011
Wij maken ons grote zorgen over de verdeling van de pensioengelden. Met name zijn wij bezorgd dat er voor jongere generaties weinig tot niets overblijft, terwijl hun aanspraken de laatste jaren al aanzienlijk zijn versoberd, risicodragend zijn geworden en daarmee in tegenstelling de premie gelijk is gebleven. Wij constateren dat er te veel elementen van overheveling van jong naar oud in het pensioenstelsel zitten:
- de AOW, die geheel uit overheveling bestaat;
- de doorsneepremie in het kapitaalgedekte pensioen
- de indexatie in alle gevallen waar daar geen of te weinig premie voor is betaald;
- de uitbetaling van pensioenen in geval van dekkingstekort;
- de omslaggefinancierde VUT waar in veel gevallen anno 2011 nog gebruik van gemaakt wordt op kosten van jongere generaties;
- het verlies (door de doorsneesystematiek) van vele pensioenjaarinkomens voor werknemers die voor of rond de leeftijd van 45 als zzp’er aan de slag gaan
Het pensioenstelsel staat op het punt de grondigste wijziging te ondergaan sinds decennia op een moment dat de vooruitzichten op de financiële markten niet hoopgevend zijn.
Wij zijn van mening dat de solidariteit in het pensioenstelsel teruggebracht dient te worden en daarvoor de overheveling dient te worden beperkt. Ook de navolgende overwegingen dragen daartoe bij:
- bij de diverse pensioenversoberingen van het afgelopen decennium zijn als regel de opgebouwde rechten intact gelaten terwijl de versoberingen neerkwamen bij jongere generaties;
- premieverhoging heeft tegenwoordig nauwelijks effect gezien de ‘rijpheid’ van de fondsen;
- het streefpensioen van 70 procent van het loon wordt ruimschoots overtroffen voor degenen die nu met pensioen gaan: de oudedagsvoorziening bedraagt nu ruim 85 procent
- de verwachtingen voor jongere generaties daarentegen liggen nu – bij gelijkblijvende premies- veeleer rond de 55 procent
- hieruit volgt dat zelfs bij het korten van de uitkeringen (dat alle deelnemers treft) jongere generaties nog altijd aanzienlijke mindere pensioenvooruitzichten hebben;
- ook zien we dan nog af van de achteruitgang ten gevolge van afschaffing van de VUT;
- ook zien we ervan af dat naar alle waarschijnlijkheid de pensioenpremies voorlopig op het huidige hoge niveau gehandhaafd blijven. Jarenlange premievakanties zoals oudere generaties genoten hebben zitten er niet meer in;
- pensioenfondsen die een herstelplan hebben ingediend bij DNB werken daarin met rendementsaannamen die vaak gedurende vijftien jaar 6 procent of meer bedragen. Gezien het economisch tijdsgewricht en gezien de ‘rijpheid’ van de fondsen achten wij dit onrealistisch. Wij vermoeden dan ook dat de herstelplannen niet gerealiseerd zullen worden. De gevolgen hiervan komen ook weer grotendeels voor rekening van jongere generaties;
- bij ongewijzigd beleid zijn grijze pensioenfondsen in onderdekking binnen twintig jaar leeg
- de noodzakelijkheid van het verhogen van de arbeidsparticipatie onder 55-plussers en van de AOW-leeftijd is al jaren bekend maar gebeurt veel te traag. De kosten hiervan komen ook voor rekening van jongere generaties;
- de veronderstelde garanties in de pensioenregeling zijn onhoudbaar, en jongere generaties zullen op zijn best een pensioenregeling krijgen die onder invloed van de beurzen kan dalen. Hiermee is de verplichtstelling waarschijnlijk juridisch maar in elk geval moreel onhoudbaar geworden;
- in het Pensioenakkoord wordt de scheve verdeling van lusten en lasten alleen maar vergroot door het introduceren van een andere rekenrente. Hierdoor wordt er nog meer en eerder geïndexeerd waardoor het proces van leegloop bij de fondsen alleen maar wordt versneld.
Wij constateren verder dat jongere generaties niet of nauwelijks bij de besluiten over de pensioenhervorming betrokken zijn. Wij dringen er dan ook op aan dat de volgende maatregelen ten spoedigste worden uitgevoerd:
- pensioenfondsen met een dekkingstekort dienen uit te gaan van realistische rendementsaannamen;
- pensioenfondsen met een dekkingstekort dienen de uitkeringen te korten om leegloop te voorkomen;
- de verplichtstelling dient te worden vervangen door een algemene pensioenplicht;
- de AOW-leeftijd dient sneller verhoogd te worden;
- de doorsneepremie dient uit het pensioenstelsel gehaald te worden;
- er dient een duurzaam pensioenstelsel te komen. De solidariteit hierin dient beperkt te worden tot à posteriori solidariteit in de vorm van een indexatie-ambitie. Hierbij geldt de voor de hand liggende clausule dat de indexatie-ambitie steviger is indien er ook premie voor betaald is;
- onafhankelijke deelnemers, jong en oud, dienen snel toegang te krijgen tot de pensioenfondsbesturen.
